De reis naar het festival in Mechelen op 22 juni 1885 wordt in de bronnen omschreven als een bijna noodlottige dag (“beinahe ein Verhängnisvoller”) voor de Caecilien-Harmonie vanwege een reeks incidenten met de feestwagen.

Het verloop van de reis was als volgt:

  • Problemen bij vertrek: Al bij het wegrijden uit Vaals (in de toenmalige Gasse, de huidige Kerkstraat) ging het mis toen een van de paarden voor de wagen ten val kwam.
  • Defect in Vijlen: Nadat de reis was voortgezet, begaf het tuigage (“Zuggeschirr”) van de paarden het in Vijlen, wat ter plekke gerepareerd moest worden.
  • Het drama op de Vijlenerberg: Het gevaarlijkste moment vond plaats tijdens de afdaling van de Vijlenerberg. De koetsier wilde de rem aandraaien, maar draaide de verkeerde kant op, waardoor de rem volledig loskwam. De paarden konden de zware wagen niet meer houden en de koets denderde met enorme snelheid de berg af. De inzittenden hielden rekening met het ergste.
  • De redding: Johann Fanchamps, die onderaan de berg stond, zag de wagen naar beneden stormen. Hij handelde razendsnel, greep de teugels van de paarden en wist de wagen tot stilstand te brengen.

Hoewel de schrik bij de muzikanten groot was, vermeldt de kroniek dat er uiteindelijk geen gewonden zijn gevallen bij dit incident. De harmonie heeft overigens vaker festivals in Mechelen bezocht, zoals in 1866 en tijdens een jubileumfeest in 1885.