De harmonie verloor haar grote trommel in september 1892 tijdens een muziekfeest in Valkenburg door een ongelukkig ongeval bij het vertrek.

De omstandigheden van het verlies waren als volgt:

  • Transport op het dak: De muzikanten reisden met een paardenwagen naar het feest. Omdat de wagen volledig bezet was met muzikanten in zwart kostuum en hoge hoed, werden het verenigingsvaandel en de grote trommel bovenop het dak van de wagen bevestigd.
  • Het ongeval: Toen de vereniging aan de terugreis wilde beginnen, riep de koetsier „Hopp“ en trokken de paarden aan. Bij het verlaten van het terrein reed de wagen door een poortdoorgang die niet hoog genoeg was om de wagen inclusief de lading op het dak door te laten.
  • De vernieling: Er klonk een geweldige kraak en de grote trommel werd onder de poortdoorgang verpletterd. De wagen kwam klem te zitten en de brokstukken van de trommel konden slechts met moeite onder het gewelf vandaan worden gehaald.

Hoewel het incident op het eerste moment voor grote schrik zorgde, werd het op de terugreis en in de jaren daarna het onderwerp van veel grappen en anekdotishe verhalen. Vooral Wilhelm Hellebrandt, die destijds de „Tambour grand“ (groot-tamboer) was, hield later vaak voordrachten over deze bewogen reis, waar binnen de vereniging altijd graag naar werd geluisterd.