Tijdens de familiefeesten en humoristische concerten van de harmonie was er een reeks „Jux“-stukken en muzikale humoreskes die erop gericht waren de „lachspieren“ van het publiek te trainen.

Hier zijn de meest populaire en vaakst genoemde stukken uit de bronnen:

  • Die drie Gebrüder Dick: Dit stuk van Wolff was een komisch trio of zangnummer waarbij drie muzikanten verschillende slaginstrumenten bespeelden. Het was een uitzonderlijk langdurig succes en bleef tot in de jaren vijftig een vast onderdeel van de familiefeesten. Bekende uitvoerders waren Hein Murer (grote trom), Wilhelm Recker (kleine trom) en Arnold Deitz (bekkens).
  • Jux-Polka für zwei abgegangene Trompeter: Deze compositie van Quasselmann werd onder andere uitgevoerd tijdens het tweede humoristische winterconcert in januari 1910 en zorgde voor veel vrolijkheid.
  • Das Eulenspiegelkonzert: Een muzikale humoreske van Mückenberger die regelmatig op het programma stond. Het vormde vaak de bekroning van de humoristische gedeeltes van een concert.
  • Humoristische Potpourri’s: Werken zoals „Lari Fari“ (van Necke) of „Ein Scherz“ (van E. Kiesler) waren populaire verzamelingen van vrolijke melodieën, vaak aangevuld met komische acts.
  • Andere komische losse stukken:
    • „Rommel mit der grossen Trommel“: Een couplet dat in 1906 werd uitgevoerd.
    • „Zahnarzt und Patient“: Een komisch duet van W. Wolff.
    • „Töff-Töff-Galopp“: Een snel, humoristisch stuk van Rothschuh.
    • „Pharao“: Een compositie van dirigent W. Neumann voor koor en orkest, uitgevoerd in 1935.

Deze muzikale uitvoeringen waren vaak nauw verbonden met toneelstukken en sketches (kluchten), waarbij de muzikanten zelf als acteurs optraden, zoals in het stuk „Ein Engagement in Südafrika“. Om de sfeer extra te verhogen, werden tijdens deze concerten vaak carnavalshoedjes of papieren mutsen aan het publiek verkocht.