In de geschiedenis van de harmonie was het jarenlang een traditie om muziekuitvoeringen te combineren met humoristische toneelstukjes en acts, vaak opgevoerd door de muzikanten zelf om extra publiek te trekken.
Hier zijn de meest opmerkelijke anekdotes over deze humoristische einlagen:
Het “Internationale” Festival van 1908
Een van de meest creatieve acts vond plaats op 1 januari 1908. De vereniging werd door loting in drie groepen gesplitst die elk een fictieve buitenlandse kapel nadeden:
- “De Turftrappers uit Amsterdam”: Zij verschenen in Hollandse boerendracht en op houten klompen.
- “Feuerwehrkapelle uit München”: Deze groep kwam in volledige brandweeruniformen het lokaal binnengemarcheerd.
- “Société de Harmonie uit Luik”: Zij presenteerden zich deftig in zwart kostuum met hoge hoed. Elke groep kreeg na afloop een “medaille” gemaakt van een sigarenkistplankje en een doos bonbons of sinaasappels als prijs.
De verkoop van papieren mutsen
Om de stemming te verhogen tijdens de “humoristische concerten” in 1907 en 1908, verkocht de vereniging papieren hoedjes (Papiermützen) voor 5 cent per stuk. Hoewel dit in 1907 een groot succes was en een “echt humoristische indruk” maakte, merkte de secretaris in 1908 droogjes op dat de verkoop toen “niet zo’n geweldig succes” was.
Komische muzikale acts
Muziek en humor gingen vaak hand in hand via speciale composities:
- De drie Gebrüder Dick: Dit was een komisch zangnummer waarbij drie muzikanten (zoals Hein Murer, Wilhelm Recker en Arnold Deitz) verschillende slagwerkinstrumenten bespeelden. Het bleef tot in de jaren vijftig een succesnummer op familiefeesten.
- Jux-Polka: In 1910 werd een “Jux-Polka voor twee afgegane trompeters” opgevoerd, wat voor veel hilariteit zorgde.
- Eulenspiegelkonzert: Een “muzikale humoreske” die regelmatig op het programma stond om de lachspieren te trainen.
De rol van Jos. Bröcheler
Bestuurslid Jos. Bröcheler was een centrale figuur in de humoristische traditie. Tijdens het “Urkomische Konzert” in 1924 fungeerde hij als “komische voorzitter” die de hele avond leidde. Ook in latere jaren, zoals in 1926 en 1930, was hij de grote animator achter de carnavaleske concerten en humoristische acts.
Dialect en Farces (Kluchten)
Veel van de acts waren korte toneelstukjes (Schwänke) in het lokale dialect of het “Öcher Platt” (Akens dialect). Bekende titels waren:
- “De noi Maad”: Een klucht in één bedrijf geschreven door Laurenz Melchiors zelf.
- “Et Moddere-Jöngsje”: Een populair dialectstuk dat nog in 1938 werd opgevoerd door de Dilettanten-Bond.
- “Ein Engagement in Südafrika”: Een humoristisch stuk waarin de muzikanten zelf als acteurs optraden.
Tot slot was er in 1935 nog de medewerking van de komiek “d’r Nades van jene Kelmis”, die speciaal werd aangetrokken voor het verenigingsfeest om voor de nodige “Unterhaltung” te zorgen.


