De reis naar het grote muziekfeest in Welkenraedt op 29 juli 1894 wordt in de kroniek beschreven als een bijzonder vermakelijke anekdote, die vooral door een „onbeperkt eten“-maaltijd en vier „deserteurs“ in herinnering is gebleven.
Hier zijn de details van de reis:
- Het strategische middageten: Op aanbeveling van een heer uit Vaals keerde de vereniging in een huis in het nabijgelegen Herbesthal in, waar men voor de vaste prijs van één frank per persoon zoveel kon eten en drinken als men wilde. Omdat de muzikanten na de feesttocht een half uur te voet naar deze plek waren gemarcheerd, hadden ze zo’n grote eetlust dat de waard volgens de kroniek nauwelijks iets aan het gezelschap verdiende.
- Slecht weer en vermissing: Na de muzikale optredens in Welkenraedt wilde de vereniging aan de terugreis beginnen, maar hevige regen vertraagde het vertrek met twee uur. Tijdens deze wachttijd gingen twee leden en twee aspiranten in het dorp op pad en bleven onvindbaar.
- Vertrek „zonder genade“: Toen de hemel weer opklaarde, beval het bestuur het vertrek. Hoewel de vier mannen nog steeds ontbraken, reed de rest van het gezelschap rond 7 uur ’s ochtends „zonder genade of erbarmen“ terug naar Vaals.
- De triomfale intocht van de achterblijvers: De vier afwezigen keerden pas in de loop van de volgende middag terug. Omdat ze „iets te diep in het glaasje hadden gekeken“, beschouwden ze het als een bijzondere eer om hun intocht in Vaals op een lege leemkar te vieren.
Hoewel het bestuur dit gedrag tijdens de volgende vergadering streng berispte, bleef het voorval nog lange tijd een geliefd onderwerp voor grappen binnen de vereniging.


