Bij het lenteconcert van 1984 koos de harmonie voor een breed en afwisselend programma. De sporthal bood een alternatief voor de ontbrekende concertzaal, en de recensent beschreef een warme ontvangst door vrienden en donateurs.
Een concert ondanks de zaalproblemen
Het knipsel begon met het gebrek aan een geschikte concertaccommodatie. Een sporthal was volgens de schrijver geen volwaardige vervanging voor een concertzaal, maar hij waardeerde dat St. Cecilia haar jaarlijkse concert toch liet doorgaan. De akoestiek viel hem mee en de gezellige sfeer droeg volgens hem bij aan de avond.
Klassieke werken en een solistische bijdrage
Onder leiding van Jean Herzet speelde het orkest onder meer Dvořáks Feestmarsch en de Piet Hein Rhapsodie van Peter van Anrooy. Bij dat laatste werk viel de recensie de solistische bijdrage van Leon Rombach op. Ook muziek uit Die Fledermaus van Johann Strauss en Krimi-Szenen van Rhinow kwam aan bod.
Een lichter tweede deel
Na de pauze verschoof het programma naar lichtere muziek. Het verslag noemde Morricone, het saxofoonkwintet Hey Bobby, Manegenzauber en een eerbetoon aan Glenn Miller. Hootenanny vormde een uitbundige afsluiting die volgens de schrijver het publiek van zijn zitplaatsen kreeg.
Waardering voor inzet en uitleg
De recensent zag in het resultaat niet alleen het werk van de wekelijkse repetitie, maar ook de persoonlijke inzet van de muzikanten. Hij waardeerde Herzets aandacht voor de opleiding van jonge spelers. De heer Deitz kreeg een compliment voor zijn toelichting bij het afwisselende programma.
De bijdrage, ondertekend met L.K., eindigde met de hoop dat de geslaagde avond ook zou bijdragen aan het naderende 150-jarig bestaansfeest van de harmonie.
Uit het krantenarchief
Herschreven op basis van de onderstaande oorspronkelijke krantenknipsels uit 1984.


