OPEN BRIEF AAN “DE MOEZIEK”

Afgelopen zondag was de dag dat wij traditioneel onze muzikale bijdrage zouden leveren aan de HOZELDER BROONK. Het zou bovendien mijn 25e keer zijn en tevens de laatste als jullie president.

volsdoe

 

Corona heeft daar een lelijke streep door getrokken zoals bij zo veel activiteiten. Toch wilde ik deze broonk niet zomaar voorbij laten gaan en besloot om ze dan maar alleen samen met Christel te lopen. Zondagmorgen kwamen we in Holset bij de kerk aan waar het normaliter een drukte van belang is wanneer jullie als muzikanten daar jullie instrumenten uitpakt, evenals de schutterij en wij dan samen met de zènger ons gereed maken voor het vertrek. Het pleintje was nu leeg en verlaten, een enkele auto daargelaten. En het was er stil. Een vreemde gewaarwording.
Klokslag 10.00 uur vertrokken we richting eerste rustaltaar, zonder muziek, zonder zang, zonder trommels van de schutterij. Geen vaantjes langs de weg en ook het rustaltaar was bij Roos Baggen in de garage gebleven. Omlaag richting Vaalsbroek, zon in het gezicht, genieten van het landschap, de verschillende kleuren groen, de bermbloemen, de rechte rijen van de appelgaard van Bisschoff en in de verte het kasteel. Ik werd voor de eerste keer gemaand niet te snel te lopen. Ik begreep toen niet waarom. Bij de lange oprijlaan van Vaalsbroek even stil gestaan en in gedachten geluisterd naar broonkmarsj nr.4, die voor deze plek speciaal geschreven zou kunnen zijn.
Doorlopen op weg richting Weijerhof, waar ik andermaal op de rem moest en zelfs even van het parcours richting Landall werd geleid om naar “weet ik wat” te kijken. Kort voor Weijerhof kwam ik de eerste mensen tegen, waarvan ik dacht dat ze kwamen controleren of ik die broonk inderdaad zou lopen, c.q. mij aan mijn woord zou houden. Ik vond het wel een beetje vreemd, maar alla. Kort na Weijerhof verschenen plotseling als complete verrassing vanuit de laan naar de Frankenhofvolmolen jullie, “mijn” harmonie, in vol ornaat, 2 lange rijen van 10 vanwege de gepaste afstand, onder de klanken van nr.4. Volledig overrompeld, een paar keer diep slikkend, ben ik jullie gevolgd.
Het was als vanouds: de koeien kwamen een kijkje nemen en de mooie klanken vulden het landschap. Voorbijgangers keken op, Holzettenaren kwamen naar buiten. Voor de kerk speelden jullie zoals gebruikelijk “Des Herren Einzug” en stonden “sjpallier”. Ik heb een dankwoord gestameld en jullie uitgenodigd op het terras achter de Herberg samen nog wat te drinken. Eindelijk waren we nog een keer samen, jullie speelden nog een lekkere mars en dat voelde goed. Natuurlijk was het om veiligheidsredenen niet mogelijk iedereen mee te laten spelen, maar jullie hebben “de moeziek” prachtig vertegenwoordigd. Deze broonk had ik niet willen missen. Ik heb zelfs met Jana-Lyn Delnoye haar eerste en mijn laatste “sjnèps-je” kunnen drinken. Deze broonk mag met een speciaal randje in de annalen. En het mag best nog een keer gezegd worden: Wij zijn samen “enne sjönne verein” en “Jullie zijn bijzonder bijzonder”.
Met veel DANK,
Jo Kern, pres.